Basketball

Ik wou dat
ik twee
meter was
dan zou ik
kunnen dunken,
maar dat ben
ik lange na niet.
Ik kan alleen
maar denken
aan dunken.

***

Schrijven

Ik schrijf een boek,
zei de snoek.

Ik schrijf een gedicht,
zei mijn nicht.

Ik schrijf een roman,
zei ome Jan.

Ik schrijf een detectief,
zei mijn lief.

Ik schrijf voor toneel,
zei de makreel.

Ik schrijf een novelle,
zei Belle.

Ik schrijf een lied,
zei tante Riet.

Ik schrijf een musical,
zei de kwal.

En wat doe jij?
vroegen ze mij.

Ik ga jullie verblijden
met een versje
over wat jullie zeiden.

***

Neem de tijd

Een kwartier ploeterde ik
op dit gedicht
en het is een klap
in mijn gezicht,
als jij het over
een paar seconden
een snertversje
hebt gevonden.

***

Boos

Ik ben zo boos,
ik knak die roos,
verscheur die stomme hoed.
Nou goed!

***

Geen rozengeur, geen maneschijn

Ik ben best wel gek op je.
Ik wil heus wel met je gaan,
maar hou eens op met zeuren
over die stomme ouwe maan.

Ik ben best wel romantisch, maar
rozen kun je hier niet ruiken,
Asfaltlucht en uitlaatgassen
zijn de geuren die wij gebruiken.

Wij hebben roestig prikkeldraad,
wolkenkrabbers van glas en beton.
En als je een beetje geluk hebt,
is er soms een straaltje zon.

Ga je mee naar de snackbar?
Rozen en maan zijn niet in zicht,
maar je kunt er gelukkig zijn
met mij, patatgeur en neonlicht.

***

Hangen

Wij worden wel de hangjeugd genoemd.
Wij hangen op de hoek van de straat.
Vaak met zijn allen in een grote groep.
Er wordt gelachen, gerookt en gepraat.

Soms rijden we weg op scooter of fiets
om wat bier, snoep of sigaretten.
Maar er blijft altijd wel een stelletje
dat het hangen voort wil zetten.

Pa zegt, dat dit hangen vanzelf overgaat.
niet dat ik daar bij hem iets van zie,
want hij hangt elke avond met bier
en chips op de bank voor de televisie.

***

Stille nacht

Ik kwam heel laat thuis
het was eigenlijk al vroeg.
Er heerste stilte
in de straat.
In de verte
startte een auto,
die de stilte
doormidden beet.
Toen hij was weggereden,
was het stiller
dan ooit.

***

Lucht voor jou

Ik weet wel dat
ik lucht voor je ben.
Jij ziet me niet staan.
Ik fietste laatst
langs jouw huis,
mooie Marieke.
Jouw jurkje hing
te drogen.
De wind, de lucht,
die bolde het,
net of jou lijfje
het vulde.
Wat had ik graag
die lucht
willen zijn,
om jouw jurkje
te vullen
daar aan die lijn.

***

Jongen aan het strand

Ik lig hier met mijn zwembroek aan,
toch voel ik me zo naakt.
Er kwam een heel mooi meisje langs,
dat heeft me zeer geraakt.

Ik blijf maar even liggen,
al is mijn rug verbrand.
Straks sprint ik naar de zee;
snelste zandloper van het strand.

***

© Pieter Feller

Terug naar gedichten