Kijk oma,
ik kan al fietsen zonder zijwieltjes.
Wanneer leer jij eens lopen
zonder rollator?
***
Jongetje
Ik ken een heel klein jongetje
met een heel klein tongetje.
En dat tongetje lust veel niet,
geen andijvie, geen rode biet,
geen bonen en geen spruitjes,
geen bloemkool en geen uitjes.
Wat lust zijn tongetje wel?
Suikerspin en karamel,
toverbal, engelse drop,
een taartje met een kers er op,
oliebollen, een vanille ijsje,
en het wangetje van een meisje.
***
Te huur
Onder mijn bed is
een plekje te huur.
Je kunt er fijn wonen,
het is heus niet duur.
Kom maar kabouter,
elfje of fee.
Maak er een huisje,
neem je meubeltjes mee.
De prijs die je moet betalen,
is dat je de griezel verjaagt,
die daar elke nacht ligt
en mij altijd zo plaagt.
Kom toch klein volkje,
ik hoop dat je me redt,
dan krijg je van mij
elke morgen ontbijt onder bed.
***
Opa weet hoe ik me voel
Gister kwam opa uit Enschedé.
Hij bracht als grote verrassing,
iets dat ik altijd al had gewild,
een grote goocheldoos voor me mee.
Toverstok, balletjes, hoge hoed.
Opa deed een paar trucjes voor.
Een muntje verdween, waarheen?
O, wat goochelde hij goed.
's Nachts droomde ik dat
ik 's werelds beste goochelaar was,
de ster van circus en theater,
beroemd in elk dorp, iedere stad.
Pap veranderde ik in een olifant,
mama zaagde ik middendoor.
De wonderbaarlijkste dingen deed ik.
Kaarten schudde ik met één hand.
Ik bleek helemaal niet vingervlug,
toen ik wakker geworden was.
Mijn konijn verdween wel in de hoed,
maar kwam net zo snel weer terug.
Aan tafel hapte ik in een beschuit.
Opa keek me aan en ik begreep
wat hij bedoelde toen hij zei:
'Je ziet er zo ontgoocheld uit.'
***
Beste broer,
Ik hoop dat het op Vlieland zonnig is
en dat je lekker slaapt in de tent
en dat het eten net als thuis smaakt
en dat je daar geen heimwee kent.
Kun je je goed vermaken
met de kinderen van je klas?
Ik weet niet of ik alleen van huis
daar wel zo gelukkig was.
Hier thuis is het wel vreemd
zonder jouw aanwezigheid.
Ik krijg heel veel aandacht,
voor mij hebben ze nu alle tijd.
Je kunt me nu niet plagen,
je muziek dreunt niet op de gang.
Er slaan hier nu geen deuren,
de dag duurt soms wel erg lang.
Ik verlang naar je ergernis,
naar je woede en je gegil.
Zonder jou hier in huis
is het zo gezapig en zo stil.
Diep in me heb ik een raar gevoel
het lijkt wel een soort van kou.
Volgens papa en mama
heb ik heimwee naar jou.
Je broertje.
***
Sprookje(1)
In elk meisje
huist een Roodkapje.
In elke jongen
woont een wolf.
Ben jij een jongen,
dan zul je wel weten
dat meisjes soms zijn
om op te vreten.
Ben je een meisje
dan vind je dat niet gek,
want een jongen
heeft vaak een heel grote bek.
***
Sprookje(2)
Meisje ben jij
beeldig als Sneeuwwitje?
Jongen ben jij
zo knap als een prins?
Ben je een jongen
dan weet je ondertussen
een meisje verover je
met zoete kussen.
Ben je een meisje
dan voel je gewoon
die jongen is mijn prins,
al draagt hij geen kroon.
***
Sprookje(3)
Meisje ben jij een sloof
als Assepoes?
Jongen ben jij
als een prins zo rijk?
Ben je een jongen,
wees dan geen doetje.
Schuif dat muiltje
toch aan haar voetje.
Ben je een meisje,
kies goud, geen koper.
Trouw een prins,
geen schoenverkoper.
***
Over een reus
In het dorp Griend woont een reus
met een neushoorn op zijn neus.
Ik weet niet of je het gelooft,
er broedt een arend op zijn hoofd.
In de holte van zijn reuzenmond
fladderen vijftig vleermuizen rond.
In allebei zijn gigantische oren
zijn net twee olifanten geboren.
Zijn buik is als een steppe uit Afrika,
een leeuw zit er een zebra achterna.
Over zijn benen en over zijn knieën
zie je giraffen en chimpansees skiën.
Tussen zijn tenen en op zijn voeten huizen
marters, mieren, mollen en muizen.
De dierenbescherming is reusachtig blij,
gaf hem een oorkonde met een medaille erbij.
Want onze lieve reus uit het dorpje Griend
is de aller-aller-allergrootste dierenvriend.
***
Uitverkoop
Ik speel dierenwinkeltje.
Ik verkoop allerlei dieren
bij ons voor op de stoep,
zoals kevers en dode pieren.
In dat kleine doosje
kan niet worden gekeken.
Er zitten muggen in
die lelijk steken.
Die bak zit vol torren,
ze wonen in de grond.
Ze eten hondenpoep
en zijn mooi dik en rond.
In dit glazen potje
woont een pissebed.
het is een net diertje
en plast echt niet in bed.
Ik heb ook een kikker
uit een smerige sloot.
Hij kwaakt niet meer,
want hij is al uren dood.
Al deze leuke beesten,
zijn echt niet zo duur
en in de uitverkoop,
want over een half uur
moet ik van mama gaan eten
en mijn melk gaan drinken.
De diertjes mogen niet mee,
ze vindt hen teveel stinken.
***
Wakkerblijfliedje
Spook spookje, spook.
Je lijkt op witte rook.
Een spook met witte voetjes,
dat spookt hier o zo zoetjes.
Spookje dat zo griezelig lacht,
spook maar lekker in de nacht.
***
Luizenlied
Ik weet nog goed wanneer het was,
we zaten te rekenen in de klas
en Bob, die lette niet goed op,
maar zat te krabben op zijn kop.
Meester keek tussen zijn haren
en kon dat krabben toen verklaren.
De hele school stond op zijn kop,
Meester vond luizen op de kop van Bob.
Op het schoolplein deden we gemeen,
we stonden in een kring om Bobbie heen
En zongen: 'Je bent een li la luizenkind.
Waarom ga je niet verhuizen kind?'
Toen werd onze meester erg kwaad.
Ach ja, je weet wel hoe dat gaat.
De hele school stond op zijn kop,
Meester vond luizen op de kop van Bob
In de klas zei meester toen:
'Bobbie kan er niets aan doen.
Wees maar niet zo superstoer,
want luizen liggen op de loer
en voordat je het weet,
zit ook jou kop vol luis en neet.
De hele school stond op zijn kop,
Meester vond luizen op de kop van Bob
's Middags gingen we naar huis
met een stencil over luis.
Bobbies moeder kocht lotion,
waar geen hoofdluis tegen kon
en een fijne luizenkam,
waar geen luis of neet door kwam.
Voor de luizen is het een strop,
maar Bob krabt niet meer op zijn kop.
***
Vreemde vruchten
Ik was acht en logeerde
bij mijn ome Sjaak.
Die had in een stad
een groentenzaak.
Samen met tante Sjaan
en mijn nichtje Riet,
hielp hij de klanten aan
groene prei en rode biet,
appels, pruimen, schorseneren,
uitjes, spruitjes, citroenen,
aardbeien, pruimen, zoete peren,
sla, sinaasappels en meloenen.
Verlegen stond ik te lonken
naar al dat fraaie fruit,
dat in kisten lag te pronken.
Het water liep mijn mondje uit.
Ik dacht, geef me toch iets.
De drie zagen me staren,
maar gaven helemaal niets,
omdat het zuurpruimen waren.
***
As
Opa logeerde hier, dat was fijn,
maar nu is hij weer
vertrokken met de trein.
Hij is terug naar Enschedé
en nam al zijn verhalen
van toen met zich mee.
Toen opa kwam, was hij zo fleurig,
maar de laatste dagen
keek hij ineens treurig.
Soms zat hij op de wc zacht te huilen,
voor ons verstopt,
net of hij wilde schuilen.
Het is vandaag een jaar geleden,
dat zijn vrouw,
onze oma is overleden.
Thuis heeft opa een urn met haar as,
daar praat hij tegen,
over hoe het vroeger was.
Ik heb een potje met as van opa's sigaren
daar kan ik af en toe
naar zitten staren.
Soms zeg ik wat tegen dat potje met as
en dan denk ik
aan de fijne tijd dat opa hier was.
***
Lekker weer
'Het is lekker weer…,' zei ik.
'Het regent,' zei mijn zus.
'Het is lekker weer…'
'Het stormt,' riep mijn zus.
'Het is lekker weer…'
'Er komt sneeuw,' schreeuwde mijn zus.
'Het is lekker weer…'
'Jij bent stapelgek!' gilde mijn zus.
'Het is lekker weer…'
Ze hapte even naar adem, mijn zus.
'…om en boek te lezen dus,'
zei ik.
Heb jij ook zo'n zus die je leven vergalt
en je telkens maar in de rede valt?
***
F-pupil
Kleine noppen op het groene veld.
Een voetbal die wel weg zou willen,
maar heel zielig zit bekneld
tussen de beentjes van de F-pupillen.
Ineens springt hij weg
als een dier in nood
en rolt zomaar in het doel.
O, wat is de vreugde groot.
Kleine noppen tikken zachtjes;
modder valt van voetbalschoen.
Dampend kinderlijfje zingt:
'We worden wereldkampioen.'
In het warme bedje straks
met zijn knuffeldier, heel stil
wordt gedroomd van Ajax
door onze kleine F-pupil.
© Pieter Feller