Wisselen
Wekenlang wiebelde hij,
die ene voortand van mij,
alsof er in mijn mond
een duikelclowntje stond
Ik knabbelde op zuurtjes,
op kauwgom vele uurtjes,
hapte in allerlei fruit,
at rollen vol beschuit.
Ik wrikte en ik wrong
met mijn vingers en mijn tong,
maar die wiebeltand,
die hield maar stand.
Gister lachte ik naar Jos,
schoot dat tandje zomaar los.
Met een heel klein beetje bloed
verliet hij mijn mond voorgoed.
Net nu ik achter Jos aanzat,
gaapte er in mijn gebit een gat.
Gelukkig zijn er bij die jongen
ook wat tanden uitgesprongen.
Ondanks die vreemde tandenrij
gaat Jos sinds gisteren met mij.
Ik praat vanzelf nogal gek
en ook hij heeft een spraakgebrek.
Wisselt Jos mij ooit eens in
voor een andere vriendin,
dan zal ik dat samen slissen
zeer beslist onwijs gaan missen.
***
Lekker puh!
Blij, blij, blij!
Dat jij gaat met mij.
Zo blij ben ik
dat mooie Josefine
nu thuis zit te grienen,
omdat jij
gaat met mij
en niet met haar.
Zij heeft 't lekker naar.
***
Bedreigde beer
Rob is een ranger van het WNF.
Het is een jongen met heel veel lef.
Een groot deel van zijn vrije tijd besteedt
hij aan de bestrijding van dierenleed.
Laatst was er een actie voor bedreigde beren,
die worden bejaagd door stoute meneren.
Verdoofd, gevangen, met een ring door de neus.
Ze gaan in een circus, ze hebben geen keus.
Het leven van die beren is echt een hel.
Andere worden geschoten om hun vel.
Bruine beren, zwarte beren, honingberen,
ijsberen, reuzenpanda's, lippenberen.
Hij wil ze redden onze kleine held
en gaat de deuren langs voor geld.
Daardoor heeft hij geen tijd voor beertje Ted,
dat ligt al een week te huilen onder zijn bed.
***
Fluiten
Jij liep altijd
fluitend langs.
Je was zo'n vrolijkerd
zo'n leuke knul,
een echte olijkerd.
Ik ging met jou
en jij ging met mij.
Nog nooit voelde ik
me zo ontzettend blij.
Ik ging naar de Hema
iets leuks voor je te kopen
en daar zag ik je toen
met Larissa lopen.
Je floot voor dat
vervelende meisje
net als voor mij ooit,
een heel vrolijk wijsje.
Huilend rende ik naar buiten.
Rotjongen, je kunt nu
naar je cadeautje wel fluiten.
***
Onder de kast
Ik ben behoorlijk klein,
pas net onder de kast.
Daar lijkt alles anders,
soms word je verrast.
Je ziet een vlekje op een broek
of een scheurtje in een rok.
Ruikt een schoen vol poep
of een ongewassen sok.
Laatst kwamen oom en tante
en ik lag weer op mijn plek.
Mama ging naar de keuken
en die twee deden zo gek.
Tante liet een boertje
en noemde papa een nul.
Oom liet zelfs een windje
en vond mama een sul.
Ik had hen nog niet begroet
en kroop van onder de kast.
Ze keken heel niet blij,
maar onaangenaam verrast.
Ze dronken vlug hun thee
en verdwenen toen heel snel
Mama begreep er niks van,
maar ikke, ikke wel.
Ga je ergens op visite,
gedraag je dan gepast,
want je kunt worden gezien
door een kind onder een kast.
***
Honger
Dag lief visje in de sloot,
hap maar in het lekkere brood,
in de wurmen of de maden.
Vanavond ga ik je dan braden.
Maar het visje hapte niet,
tot mijn allergrootst verdriet.
Daarom eet ik zelf het brood,
want ik wil geen hongersnood.
Alleen de wurmen en de maden
lust ik zelfs niet gebraden.
***
De familie Krakeel
Ken jij Klaas en Karin Krakeel?
Die kletsen vaak, die gillen veel,
die maken ontzettend veel ruzie.
Rust is bij hen een grote illusie.
Ze hebben ook twee zoontjes,
die praten nooit gewoontjes.
Hun oudste zoontje Kees
schreeuwt zijn stemmetje zo hees.
Hun jongste kindje Koos
praat altijd ontzettend boos.
Die twee hebben ook nog een zussie,
daarmee gaan ze steeds in discussie.
Ja, in huize Krakeel heerst altijd lawaai.
In de voorkamer krijst de papegaai.
In de tuin blaft de hond Kazan
naar de kat die zo hard janken kan.
In de keuken speelt tante Ka trompet.
Op zolder tettert ome Ko op zijn klarinet.
Oma kietelt opa ergens in kelder,
het oudje giert en kakelt steeds gekwelder.
Alleen de goudvis, die zwijgt, die is stom.
Hij drijft al een week op zijn rug in zijn kom.
Maar de familie Krakeel kan dat niets schelen.
Die denkt alleen aan kakelen, krijsen en krakelen.
***
Geen ochtendhumeur
Ik wil 's morgens
aan mijn kop geen gezeur
en ik heb gerust
geen ochtendhumeur,
ben zelfs opgewekt,
als mijn moeder me maar
na twaalven wekt.
***
Ziek
Ik lig met griep op de bank.
Mama brengt me warme drank.
Oma komt even op bezoek
en leest voor me uit een mooi boek.
Ik drink, ik draai, ik droom,
lig hier lekker lui en loom.
Mijn vriendjes die doen taal
in dat kille klaslokaal.
Misschien topo en rekenen,
pas als ze klaar zijn, tekenen.
Mama brengt me een beschuit
en perst een sinaasappel uit.
Maar dan is de school voorbij
en zijn de kinderen vrij.
Mijn vrienden zijn op straat.
Dat is het moment dat ik haat.
Zij zijn gezond en kwiek
en ik lig hier dood- en doodziek.
***
Vriendschap
'Ik ben die rotjongen van verderop.
Ik heb een heel gemene kop.
Ik heb een muil met zwarte tanden
en aan mijn lijf twee sterke handen,
daar sla ik iedereen mee verrot,
want ik maak de dingen graag kapot.
Maat vierenveertig zijn mijn voeten,
die tegen meisjes trappen moeten.
Schold ik je vandaag de huid wel vol?
Noemde ik je al trut of apendrol?
Hé, waarom ga je er niet vandoor?
Je moet ontzettend bang zijn, hoor!'
'Nee, want ik ben die rotmeid van verderop.
Ik heb ook een hele valse kop.
Ik heb een bek vol brokkelige kiezen.
Wie met me vecht, die zal verliezen.
Ik sla gewoon iedereen stuk.
en stort je graag in het ongeluk.
Maat vijfenveertig zijn mijn voeten,
die tegen jongens trappen moeten.
Schold ik jou vandaag al uit
voor dikke dweil of duivelsnuit?
Waarom ga jij er niet vandoor?
Je moet vreselijk bang zijn hoor!'
Lachen dat die twee toen deden.
Ze riepen beiden heel tevreden:
'Jij lijkt me best wel aardig, zeg!'
En huppelden als vrienden weg.
***
Onredelijke ouders
Sinds kort mag ik niet meer met Nellie spelen,
dus zit ik me nu stierlijk te vervelen.
Pa zegt dat ik niet onredelijk moet zijn
en rustig kan spelen met Riet of Roosmarijn.
Het zijn leuke meiden, Roosmarijn en Riet,
maar aan Nellie tippen dat kunnen ze niet.
Nellie is spontaan, grappig en leuk,
om haar moppen lach ik me altijd een deuk.
Ze is zo lief en bijzonder aardig,
ze deelt alles met me en is ook hulpvaardig.
Ze zit nooit andere kinderen te klieren,
is lief voor bejaarden en lief voor dieren.
Ze heeft een knap en guitig kopje,
is net zo mooi als een Barbiepopje.
Haar huid lijkt van perzik, haar haren van goud.
Nellie is volmaakt, niets is aan haar fout.
O ja, eens per maand gebeurt er iets geks,
dan verandert Nellie in een heks,
Dan pikt ze me op om bij volle maan
zonder kleren uit vliegen te gaan.
Op een heksenbezem, twee blote meisjes.
Twaalf keer per jaar maken wij van die reisjes.
Niemand kan ons zien, want de mensen slapen,
alleen de maan hangt ons dom aan te gapen.
Mijn ouders die zelf altijd naar het naaktstrand gaan,
vertelde ik van onze tochtjes bij volle maan.
Ze keurden het af, vonden bloot vliegen onzedelijk.
Kijk, zoiets vind ik nou weer erg onredelijk.
***
Hond vermist
Ik heb een pluchen hond,
klein, kroesharig en oud.
Mijn vader had hem als kind,
nu ben ik het die van hem houd.
Heel lang lag hij op de zolder
in een oude houten kist.
Hoe kwam dat hondje daar?
Het was zo heel lang vermist.
Toen papa twaalf was,
verstopte zijn moeder de hond,
omdat zij papa te groot
voor dat speelgoedhondje vond.
Het beestje hoeft niet meer op zolder
in een nare donkere kist.
Af en toe knuffelt papa hem,
die hem zo lang heeft gemist.
Een speelgoedbeest kent geen tijd,
maar toch is het diertje blij
dat ik hem heb bevrijd.
Hij blijft voorgoed bij mij.
Niemand mag mijn hondje stelen,
want als ik eenmaal tachtig ben,
wil ik nog met hem kunnen spelen.
***
Sjoerd
De buurjongen van hiernaast, Sjoerd
is op een nacht zomaar ontvoerd.
Zijn moeder vond zijn kamer leeg
en wist niets, tot ze een briefje kreeg.
Het lag op de deurmat van de villa
en was geschreven door Gijs Gorilla.
Ik neem Sjoerd mee naar het woud,
omdat u niet meer van hem houdt.
U noemde hem een apenkop
en sloot hem in zijn kamer op.
Zijn moeder kreunde: 'O, o, o!
Ik bedoelde het heus niet zo.'
Scheld nooit je lieveling uit
voor apenkop of apensnuit,
want dan kan hij net als Sjoerd
door een aap worden ontvoerd.
Van Sjoerd is nooit meer iets vernomen.
Hij woont daar ergens in de bomen.
Het enige dat zijn moeder weet,
is dat hij nu geen Sjoerd, maar Tarzan heet.
***
Viezerik!
Katootje is een viezerik en een gek,
ze staat daar
in haar blootje voor het hek.
Ook Sjakie is een viezerik en een gek,
hij staat daar
in zijn nakie voor het hek.
'Gluurder,' roepen ze naar mij,
'wat een viezerik ben jij!'
'Sorry!' roep ik terug.
'Ik wist niet dat jullie je zaten te vervelen
en nu nudistenkampje spelen.'
© Pieter Feller