Door jou

De bomen zonder bladeren,
de luchten grauwer dan grauw,
de neerstromende regen.
Natuur is naar de knoppen,
maar ik ben op mijn toppen.
Ik kan daar heel goed tegen.
Als ik alleen maar denk aan jou
doorstroomt zonneschijn mijn aderen.

***

Wachten

Bijna had ik je te pakken.
Toen kwam hij met mooie woorden
die onze liefde teer en pril
in een ommezien vermoordde.

Nu ben je dan met hem
en ik ben nog alleen.
Als ik jullie samen zie
wordt mijn hart een steen.

Toch zie ik aan zijn ogen,
die man is vals, ontrouw.
Dus wacht ik heel geduldig
mijn lieveling op jou.

***

Foto

Ik heb van jou een foto
die hangt hier aan de muur
Ik kijk er elke dag naar,
nee, haast wel ieder uur.

Maar als die foto weg was,
dan zag ik nog je snoet.
Ik vergeet van jou geen haartje,
geen rimpeltje, geen sproet.

***

Hondje

Ik wou dat ik je hondje was
dat je altijd wilde strelen.
Ik zou alles voor je doen
en vrolijk met je spelen.

In het park zou ik rennen,
in de zon, ja lekker buiten.
En wilde je dat ik kwam?
Je hoefde maar te fluiten.

***

Ridder 1

Ik wil heus wel
je ridder zijn
op het witte paard,
maar waar haal ik hier
in de stad zo gauw
een schimmel vandaan,
een harnas en een zwaard?
Ik pak wel een stok
en mijn oude fiets.
Hoe zie ik eruit?
Belachelijk?
Het is toch beter dan niets!

***

Ridder 2

Ik wil heus wel je ridder zijn op het witte paard,
maar waar haal ik in de stad zo gauw
een schimmel vandaan,
een harnas en een zwaard?
Ik pak wel een stok
en mijn oude fiets.
Hoe zie ik eruit? Belachelijk?
Het is toch beter dan niets?
Ik red je uit de klauwen
van strenge pa en depri moe
en breng je heftig trappend
naar mijn kasteeltje toe.
Goed het is drie hoog achter,
kamer te klein voor veel bezoek.
Toch ben je meer dan welkom
jonkvrouw in spijkerbroek.

***

Jij

Ik wil het van de daken schreeuwen.
Ik zet het morgen in de krant.
Jij bent de aller-allerliefste
van het hele land.

***

Tien

Je bent een prinsesje.
Ik je ridder te paard.
Ik geef je geen zesje.
Een tien ben je waard!

***

Vleugels

Jouw liefde geeft mij vleugels
sinds ik jou dus ken.
Ik vlieg over de daken
tot ik bij je ben.

Ik hoop wel van harte
dat jij je armen spreidt,
als ik dan weer wil landen
mijn allerliefste meid.

***

Wonder

Het heeft gestormd vannacht.
Vanmorgen opende ik het raam
en de bladeren op het gras
vormden jouw lieve naam.

***

Ouder

Als we samen ouder worden
en rimpels gaan vergaren,
blijf ik toch verliefd op jou,
al word ik honderd jaren.

***

Altijd

Ik schreef je naam in de lucht,
maar de wind nam hem mee.
Ik schreef je naam in de sneeuw,
maar de zon smolt hem weg.
Ik kerfde je naam in mijn hart
en daar zal hij eeuwig blijven.

***

Illusie

Liefde is een illusie,
dacht ik. Maar zie!
Op de dag dat ik jou vond,
wist ik dat zij echt bestond.

***

Hopen

Wat hunkert ze naar zijn warmte,
naar een liefdevol gebaar.
Waar is zijn passie toch gebleven
die hij ooit heeft gevoeld voor haar?

Zal het dode tij nog keren,
komt er weer vuur in zijn bloed?
Zij wil graag het warme strand zijn
dat overspoeld wordt door zijn vloed.

Zijn hartstocht lijkt verschrompeld,
ze leven nu als broer en zus.
Toch blijft ze stilletjes hopen
op één streling, op één kus.

Ze wil hem niet verlaten
maar zonder liefde is het koud.
Daarom hoopt ze op een gebaar
van de man waarvan ze houdt.

© Pieter Feller

Terug naar gedichten