Klok
Mag ik jouw klok zijn?
Gewoon in je kamer staan
met mijn rug tegen de muur.
En wil je het weten
dan zeg ik het juiste uur.
Ook al sta ik daar stil,
ik zal voor altijd lopen,
want door jouw liefde
aan mij gezonden,
blijf ik voorgoed opgewonden.
***
Verlangen
Was ik maar
een waterplant
in de zee.
De stroming
voerde me mee
naar het strand.
Jij vond mij
en nam me
in je hand.
Het lijkt me
ontzettend fijn
om in jouw hand
te zijn.
***
Doornroosje
Was jij Doornroosje in een ver kasteel,
eeuwenlang dromend en slapend,
zou ik de doornen en takken breken
slechts met blote handen gewapend.
Bereikte ik uitgeput en bloedend
je bed en ontwaarde een wasbleke wang
dan bleef door de aanblik daarvan
mijn lijden en pijn niet meer lang.
Opende je je ogen zo zacht en zo teer
dan waren mijn wonden genezen
en na een omarming en tedere kus
zou ik zelfs de dood niet meer vrezen.
***
Stap voor stap
Dag na dag,
nacht na nacht,
kus na kus,
aai na aai,
stap voor stap
werd ik verliefd op jou.
Ik weet zeker
dat ik altijd van je hou.
***
Mooiste
Komt er een schoonheidswedstrijd
dan geef ik jou vast op.
Je zult gemakkelijk winnen,
want jij bent helemaal top.
Ik kroon je tot miss world,
dat ben je zeker waard.
Jij bent de allermooiste
en liefste op deez' aard.
***
Plukken
Stonden we in het paradijs
in een veld met bloemen.
Vol fladderende vlinders,
waar bonte bijtjes zoemen.
Ik koos geen anjer,
roos, margriet,
geen viooltje,
geen vergeet-me-niet.
Ik hoefde niet te denken.
Ik zou me alleen bukken
om jou, de allermooiste bloem
van al, voor mij te plukken.
***
Verpletterd
Je liefde heeft me verpletterd.
Je walste over me heen.
Je hebt me plat gekregen.
Ik ben niet meer alleen.
We zijn voor altijd samen,
vormen een liefdespaar.
Onze harten zijn versmolten,
niemand krijgt ze uit elkaar.
***
Vlinder
Op een zonnige lentedag
zat ik op een terras.
Het was er nogal druk,
ik nipte aan mijn glas.
Toen landde er een vlinder
zomaar op mijn wang.
Zij klapwiekte haar vleugels,
ze zat er niet zo lang.
Ze fladderde weer verder
en ik volgde haar spoor.
Ze vloog doelbewust
naar jouw linkeroor.
Je hebt toen opgekeken.
Ik kreeg een lieve lach.
Die vlinder bracht ons samen
op een zonnige lentedag.
***
Rozen
Ik stuur je deze rode rozen,
ik geef ze niet zelf aan jou,
omdat ik dan zo rood als deze rozen
voor jou zou staan blozen.
***
Rotsvast
Liefde moet soms groeien
als een bloem uit een zaadje.
Vaak is het 'ik houd van je',
een enkele keer 'ik haat je'.
Maar is zij uitgegroeid
tot een bloempje fier en trots,
dan kun je samen zeggen:
'Onze liefde is hard als een rots.'
***
Bescheiden
Ik zag je eerst niet staan,
zo stil en bescheiden
tussen al die drukke,
opvallende meiden.
Toen gebeurde er wat,
iets wat je deed of zei of
was het je glimlach,
die mij zo trof?
Ik weet nu wat het was,
onthoud het voor altijd.
Wat me toen zo raakte,
was jouw bescheidenheid.
***
Vuur
Mijn liefde voor jou
is een heftig avontuur.
Ik was een dorre tak,
jij ontstak mijn vuur.
Ik voel me gekoesterd
in je liefdevolle handen.
Ik weet dat ons vuur
nog heel lang zal branden.
***
Poesje
Ik zou bij je willen liggen
als een poesje op je schoot.
Je aaitjes en je kusjes
zorgden dat ik genoot.
Ik voelde dan de warmte,
Je liefde, o wat fijn
zou het toch wezen
om dat poesje te zijn.
© Pieter Feller